Wijzigingen

Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Regest

10 bytes toegevoegd, 11 feb 2011 22:04
k
geen bewerkingssamenvatting
* [[Handleiding]] § 79: "In eene [[regestenlijst]] moet bij elk ''regest'' voorkomen:
** 1°. de datum der [[oorkonde]] in onopgelosten en in opgelosten vorm. Bij ongedateerde oorkonden geve men eene zoo nauwkeurig mogelijke, met redenen omkleede tijdsbepaling;
** 2°. de plaats, waar de [[oorkonde]] is uitgevaardigd. Opneming van het geheele begin- of eindformulier is onnoodig;
** 3°. de opsomming der voorhandene [[zegel]]s;
** 4°. eene mededeeling over den aard van het [[stuk]] ([[origineel ]] of [[afschrift]]; perkament of papier);
** 5°. eene mededeeling omtrent de [[transfix]]en, die door eene oorkonde gestoken zijn of geweest zijn".
* Waar de [[Handleiding]] in dit verband van [[oorkonde]]n spreekt, is hier aan de term [[akte]] de voorkeur gegeven.
''Toelichting''
* Een ander onderscheid, dat men bij het samenstellen van [[archiefinventaris|inventarissen]] en [[regestenlijst]]en heeft in acht te nemen, is hierin gelegen, dat men in regestenlijsten de spelling der eigennamen, zooals die in het [[origineel ]] voorkomt, heeft te behouden, terwijl men in een inventaris de thans gebruikelijke spelling kan aannemen. De grond der onderscheiding ligt voor de hand. De inventaris is een wegwijzer door het [[archief]], bestemd voor hen, die thans het archief willen raadplegen: de thans gebruikelijke spelling der eigennamen behoort hier dus te worden gebezigd. Trouwens het gebruik der oude spelling zou daarom reeds niet zijn vol te houden, omdat in een [[dossier]] of een [[bundel]] misschien verschillende [[stuk]]ken zijn vereenigd, waarin dezelfde eigennaam anders wordt gespeld. Een regest geeft daarentegen den korten inhoud eener [[oorkonde]] weer en moet zich dus zoo nauw mogelijk aan den inhoud der oorkonde aansluiten, de oude spelling der eigennamen moet dus bewaard blijven. Is een regest aan meer [[archiefstuk]]ken ontleend b.v. aan een [[charter]] en een [[cartularium]], dan volge men de spelling van het oorspronkelijke [[stuk]] of anders van het oudste [[afschrift]]. Belangrijke afwijkingen behooren in noten te worden vermeld. Is de naam in de oude spelling moeilijk te begrijpen, dan behoort daaromtrent eveneens in eene noot of aanteekening de noodige inlichting te worden gegeven, evenals dat in [[oorkondenboek]]en gebruikelijk is.
* Hetzelfde motief, dat aanleiding geeft in regesten de oude spelling der eigennamen te behouden, moet er ook toe leiden de titulaturen, die er in voorkomen, in hun geheel op te nemen. Om te weten, welke persoon wordt bedoeld, kan het van veel belang zijn, te weten, of hij ridder was of niet, welke heerlijkheden hij bezat, welke hooge ambten hij bekleedde. Zonder die bijvoegselen is het b.v. geheel onmogelijk de verschillende personen, die Gijsbert uten Gooie of Claes van Borselen heetten, te onderscheiden. Bij landsheeren is het opnemen van alle titels ondoenlijk (die van Karel V vullen een geheele bladzijde) en ook overbodig; juist omdat men die niet met elkander zal verwarren. Er kan eene bijzondere aanleiding zijn zulk een titel te vermelden, b.v. als daaruit blijkt, wanneer ongeveer de graven van Holland den titel van heer van Friesland hebben aangenomen; maar in het algemeen is bij landsheeren het vermelden der titulaturen overbodig. Men schrijve dus b.v. Reinald, hertog van Gelre (en late den grafelijken titel van Zutfen achterwege), Frederik, bisschop van Utrecht (zonder bijvoeging van geboren markgraaf van Baden), Albrecht, hertog in Beieren, Karel, hertog van Bourgondië, Philips, koning van Castilië, Karel, Roomsch keizer, George, hertog van Saxen, Edzard, graaf van Oost-Friesland, enz. telkens met vermelding van den voornaamsten titel. Verder dan tot de landsheeren kan men de uitzondering niet uitstrekken, men schrijve dus niet Lamoraal, prins van Gavre, Wolferd, graaf van Grandpré, Philips, markgraaf van Westerloo, omdat niet ieder dadelijk ziet, dat daarmede de graaf van Egmond, de heer van Vere of de burggraaf van Montfoort wordt bedoeld. Daar vermelde men dus volgens den regel alle titels, althans zoovele als voldoende zijn om volkomen duidelijk te maken, wie is bedoeld.
2°. de plaats, waar de oorkonde is uitgevaardigd. Opneming van het geheele begin- of eind[[formulier]] is onnoodig ;
3°. de opsomming der voorhandene [[zegel]]s;
4°. eene mededeeling over den aard van het [[stuk]] ([[origineel ]] of [[afschrift]]; — perkament of papier) ;
5°. eene mededeeling omtrent de [[transfix]]en, die door eene oorkonde gestoken zijn of geweest zijn.
* Ad 3°. De regel schrijft alleen de vermelding der voorhandene [[zegel]]s voor; zij zijn alleen van belang voor den sigillograaf, en hunne echtheid kan alleen nog worden beoordeeld. Dat neemt echter niet weg, dat het ook van belang is te weten, welke zegels aan eene oorkonde hebben gehangen, al zijn zij nu verloren. Als in het stuk iemand onder de zegelaars wordt vermeld en uit den voorhanden staart of de insnijding in het [[charter]] blijkt, dat er een zegel aan gehangen heeft, is de presumtie, dat het stuk ook door dien persoon is gezegeld, bijna zekerheid. Daarom is het wenschelijk ook de verlorene zegels te vermelden, maar verplichtend is het niet. Eveneens is het gewenscht bij schepenzegels de namen der schepenen, die hebben gezegeld, op te nemen, vooral in het belang der sigillographie, maar men kan, vooral waar het de vermelding van dorpsschepenen geldt, volstaan met de mededeeling : met 2 (3 enz.) schepenzegels, zonder de namen der schepenen te noemen. Of deze namen al of niet moeten worden vermeld, hangt er van af, of er veel schepenzegels in het [[archief]] voorkomen en of deze persoonlijke zegels belangrijk genoeg zijn om afzonderlijk te worden vermeld.
* Ad 4°. Bij de vermelding, dat een stuk een [[afschrift]] is, is het gewenscht zoo mogelijk iets omtrent de waarde van het afschrift te voegen, in de eerste plaats wat betreft den tijd van vervaardiging en verder wat betreft den vervaardiger. Bijv. men beschrijve: 16e eeuwsch notarieel afschrift of: afschrift in een [[vidimus]] van 24 Mei 1489. Zie ook paragraaf 80.
* Ad 5°. De [[transfix]]en, vermeld bij de getransfigeerde [[oorkonde]], worden (zoo zij aanwezig zijn), afzonderlijk en uitvoeriger beschreven op hunne eigene plaats. Bijv.:
** No. 854. 1393 (Augustus 24) Up sente Bartholomeusdach. Burgemeesters en raad van Groningen verklaren, met den Schulte Barwolt Calmers, Herman Velthoen te hebben ingewezen in zes grazen land van Reyner Elmersinc, gelegen bij Hoytinghehues ten z. van de Woltgrave te Dorkwerd. Met een transfix d.d. 1394 (April 4) up sente Ambrosiusdach, waarbij voornoemd land wordt overgedragen aan het Heilige-Geestgasthuis te Groningen. Het zegel verloren.
** No. 866. 1394 (April 4) up sense Ambrosiusdach. Burgemeesters en raad van Groningen verklaren, dat Herman Velthoen het land, waarvan de getransfigeerde brief van 1393 (Augustus 24) up sense Bartholomeusdach spreekt, heeft verkocht en overgedragen aan het Heilige-Geestgasthuis te Groningen. Het zegel der stad Groningen met contrazegel.
1.092

bewerkingen

Navigatiemenu